Regenwoud

 


Igapó-woud

Het igapó-woud is een regenwoud dat regelmatig voor langere periodes overstroomt door zwartwaterrivieren gedurende het regenseizoen (4 tot 10 maanden per jaar; soms ook wel gezien als permanent overstroomd regenwoud.) De meest bekende igapó-wouden worden gevonden in het Amazonegebied waar ze twee procent van het gehele regenwoud vormen. Het aantal soorten dat kan gedijen in dit ecosysteem wordt beperkt door het voedselarme zwarte water dat ook verantwoordelijk is voor een lage variëteit aan insectensoorten die planten kunnen bestuiven. De bomen in igapó-wouden zijn over het algemeen korter dan die in niet-overstroomde wouden vanwege de natte, slecht gedraineerde bodem (daarom wordt het igapó-woud soms ook “moeraswoud” genoemd). Kenmerkende bomen zijn soorten als de Cecropia, Cebia, en de Mauritius palmbomen (ook bekend onder de naam aguaje palmboom). Veel igapóboomsoorten hebben verhoogde wortels en stammen ter ondersteuning van de structuur van de boom. Vissen spelen een belangrijke rol bij de verspreiding van zaden in dit bossysteem. Zwartwaterwouden bevatten minder plant –en dierenleven vanwege het feit dat het water minder voedingstoffen bevat.



Regenwoud
Igapó-woud
Várzeawoud
Terra Firme
Secundair regenwoud
Bodems
Terra Preta
 
Várzeawoud

Várzea-wouden zijn wouden in overstromingsgebieden die tijdens het natte seizoen overstromen. Anders dan igapó-wouden hebben várzea-wouden een relatief rijke bodem door de natuurlijke afzetting van voedingstoffen door de witwaterrivieren. De ontbinding van organisch materiaal onderwater, versneld door de hoge temperatuur en de werking van de bacteriën en schimmels, helpt de bodem van deze overstromingsgebieden te verrijken. De várzea-wouden rondom de Amazone kunnen wel 97 km breed zijn en bestaan uit groepjes eilanden, meren, kanalen, kleine zijtakken etc. afhankelijk van de waterhoogte.

Aangezien de vruchtbaardere grond van deze wouden beter geschikt is voor landbouw dan normaal regenwoud is dit het meest bedreigde deel van het woud. In het Amazonegebied, waar de overgrote meerderheid van deze wouden worden gevonden, verdwijnen várzea-wouden in een hoog tempo: het slachtoffer van ontbossing.





Terra Firme

Terra firme betekent letterlijk ‘stevige aarde’, maar hier in het Amazonebekken gaat het om regenwouden die op enigszins verhoogd terrein liggen (60 – 200 meter boven de zeespiegel) dat niet door de rivieren wordt overstroomd. Dit type regenwoud beslaat het grootste gedeelte van Amazonas en de vegetatie is aanmerkelijk hoger en meer gevarieerd (meer dan 400 soorten per hectare in sommige gebieden) dan in de igapó- en várzea-wouden. Het woud op terra firme groeit op droge, goed gedraineerde grond en wordt gekenmerkt door soorten als de Braziliaanse notenbomen, rubberbomen en vele tropische hardhoutsoorten.
 


Primair regenwoud

Primair regenwoud verwijst naar een ouder woudgebied, gekenmerkt door hogere bomen (tot zelfs 65 meter), een rijke variatie aan epifyten, zoals bromelia’s, en meerdere kruinlagen. De ondergroei is minder dicht, aangezien de zon de grond niet of nauwelijks bereikt, vanwege het bladerdek van de boomkruinen. De groei van het woud in dit stadium verloopt traag, evenals het ontstaan van nieuwe soorten. Dit type woud kent de grootste biodiversiteit van alle woudtypen.



Secundair regenwoud

Secondair regenwoud verwijst naar een woud in de eerste ontwikkelingsfase na houtkap, ‘slash and burn’ of een bosbrand. Het bestaat uit een dichte begroeiing van struikgewas, kruip- en klimplanten, waardoor dit type woud nog het meest lijkt of wat men over het algemeen onder ‘jungle’ verstaat. De hoogte van de bomen is over het algemeen vrij laag en veel planten hebben doorns of stekels. Aangezien de zon de lagere begroeiing makkelijk kan bereiken, verloopt de groei in dit stadium snel, evenals het ontstaan van nieuwe soorten. Kenmerkend voor secundair woud is een lagere biodiversiteit dan het oerwoud en de bomen hebben meestal niet meer dan één kruin. Het duurt ongeveer 40 tot 100 jaar voordat een secundair woud weer op een oerwoud of primair woud begint te lijken; in enkele gevallen komt het niet meer goed met een secundair bosgebied, ten gevolge van erosie of de verarmde bodemgesteldheid.

Terug naar boven




 Bodems


Tropische bodems

Ondanks de weelderige begroeiing in het regenwoud, zijn de meeste tropische bodems vrij onvruchtbaar. De grond is zanderig en poreus en door de zware regenval sijpelen de voedingsstoffen weg. In het regenwoud heerst het hele jaar door een heet, vochtig klimaat, dus de planten en bomen blijven doorgroeien. Afgevallen blad en ander organisch afval op de bosgrond wordt door de hitte en de hoge vochtigheidsgraad snel afgebroken, geholpen door schimmels en bacteriën, en het ondiepe netwerk van wortels van de planten en bomen neemt deze voedingsstoffen razendsnel op. In de tropen zijn er geen herfst en winter zoals in een gematigd klimaat, waarin de opname van voedingsstoffen stil ligt en de afgevallen bladeren de tijd hebben om te ontbinden en de bodem te verrijken. De groei gaat het hele jaar door en dat betekent een snellere afbraak en opname van de voedingsstoffen door de planten, waardoor deze niet diep tot in de bodem kunnen doordringen. De arme grond verhoogt het vernietigende effect van de ontbossing op dit ecosysteem, want zonder het regenwoud om de voedingsstoffen aan te vullen met gevallen bladeren en ander organisch afval is de bodem snel uitgeput. Om een voorbeeld te geven, een regenwoudgebied dat wordt gekapt om plaats te maken voor landbouw is meestal maar drie jaar geschikt voor akkerbouw en vervolgens geheel uitgeput. Dan wordt er nog meer regenwoud gekapt voor weer nieuwe akkers en zo ontstaat er een vicieuze cirkel. Het duurt 40 tot 100 jaar voordat een ontbost gebied in zijn oorspronkelijke staat is hersteld, maar in grote gebieden is dat onmogelijk ten gevolge van erosie of het enorme tekort aan voedingsstoffen. Het is dan ook van cruciaal belang voor het behoud van het regenwoud om de lokale bevolking voor te lichten over nieuwe manieren van landbouw, waaronder ‘canopy farming’, of vormen van landbouw in het woud zelf.





Terra Preta of donkere aarde

‘Terra Preta do indio’ of Indiaanse donkere aarde is een zwarte, oude grond in het Amazonegebied. Er wordt nog steeds gespeculeerd en gegist naar de oorsprong, verspreiding en eigenschappen van deze grond. Aangenomen wordt dat deze aarde werd gecreëerd door pre-Columbiaanse indianenstammen die 500 tot 2500 jaar geleden in dit gebied leefden, maar hun land verlieten na de komst van de Europeanen. Deze donkere aarde is niet alleen zeer vruchtbaar, (houtskoolgehalte 150 gr per kilo versus 20-30 gr per kilo aarde in de omringende bodemsoorten), maar bestaat ook uit een dikke laag, van vijftig centimeter tot soms wel twee meter, terwijl de omringende bodemsoorten veelal een humuslaag hebben van niet meer dan tien à twintig centimeter. Deze vruchtbare grond hoeft maar een halfjaar braak te liggen om zich volledig te herstellen, in tegenstelling tot de omringende bodemsoorten, die acht tot tien jaar nodig hebben voordat ze weer vruchtbaar zijn. De organische materie in deze grond wordt nauwelijks afgebroken (de voedingsstoffen lekken maar langzaam weg) aangezien het houtskoolgehalte hoog blijft, zelfs na enkele eeuwen. Wetenschappers gaan ervan uit dat de toevoeging van zwarte koolstof of ‘bio-char’ verantwoordelijk is voor de hoge kwaliteit van deze zwarte aarde. Nader onderzoek zal ons meer inzicht geven in dit bodemtype en hopelijk technieken opleveren om deze opnieuw te creëren.