De unieke omgeving van Amazonat, omringd door primair en secundair regenwoud en zowel witwater- als zwartwaterrivieren, stelt onze gasten in de gelegenheid kennis te maken met diverse ecosystemen en een rijk gevarieerd aanbod aan planten- en dierensoorten. Hieronder vindt u een lijst van de planten en dieren die u waarschijnlijk zult tegenkomen. Klik op Remarkable Plants@Amazonat of op de Amazonat soortenlijst voor een uitgebreidere lijst.
Reuzenwaterlelies (Vitoria amazonica)
De reuzenwaterlelie is in 1801 voor het eerst in de Amazonerivier aangetroffen en werd vernoemd naar koningin Victoria van Engeland. De glanzend groene bladeren kunnen een diameter van twee meter bereiken en zijn sterk genoeg om het gewicht van een volwassene dragen. De stengels, bloemknoppen en onderkant van de bladeren zijn ter bescherming bedekt met scherpe stekels. De enorme, 25 centimeter brede sneeuwwitte bloemen gaan ’s nachts open en verspreiden een zoete geur die aan ananas doet denken. Dat trekt scarabeeën aan, die zich diep tussen de bladeren nestelen en voor de bestuiving zorgen. De bloem sluit zich in de ochtend, waardoor de kevers er niet meer uit kunnen en in een poging zich vrij te worstelen onder het stuifmeel komen te zitten. Als de avond valt, opent de bloem zich voor de tweede maal; de met stuifmeel bedekte kevers vliegen weg en gaan op zoek naar een nieuwe, witte bloem. Zodra de bloemen bestoven zijn, veranderen ze van kleur en worden ze dieproze, een kleur waar de scarabeeën niet op afkomen. Reuzenwaterlelies komen voor in het warme water van meren en rivieren, verspreid over het gehele Amazonebekken in Zuid Amerika. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
De cupuazú is een tropische regenwoudboom, verwant aan de cacaoboom en overal te vinden in het Amazonebekken. In het noorden van Brazilië wordt hij gekweekt. De witte pulp van de cupuazú-vrucht is sterk aromatisch en bevat, in tegenstelling tot cacao, geen cafeïne. Daarom is cupuazó is een uitstekende vervanger voor cacao, met name voor producten voor kinderen, zoals chocolademelk. Het wordt met name gebruikt in desserts, sapdrankjes en snoep. Van de zaden kan een product gemaakt worden dat er net zo uitziet en smaakt als chocola, maar het is goedkoper en beter bestand tegen de hitte. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
De orinocodolfijn of boto, zoals hij in Brazilië wordt genoemd, is de grootste van ’s werelds vijf rivierdolfijnsoorten en komt uitsluitend voor in de rivierbekkens van de Amazone en de Orinoco. De orinocodolfijn kan een gewicht van 180 kilo bereiken en wordt ruim twee meter lang. Hij is te herkennen aan zijn opvallende roze kleur, zijn gewelfde voorhoofd, eindigend in een lange snuit, en hij heeft een soort bobbel in plaats van een rugvin. De meeste volwassen boto’s zijn roze, hoewel sommige een wat donkerder gekleurde rug hebben of deels grijs zijn. Orinocodolfijnen jagen / foerageren solitair als het water hoog staat en prooidieren rijkelijk aanwezig zijn. In de overige seizoenen leven ze in kleine ‘familiegroepen’ en scholen ze samen op punten waar de rivieren samenvloeien. Daar jagen de orinocodolfijnen gezamenlijk op vis, vaak ook samen met grijze dolfijnen. Hij vindt zijn prooidieren met behulp van echolocatie in de modderige rivieren die hij bewoont. De jongen worden tussen juli en september geboren. Terug naar boven |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
De rode brulapen in het Amazonebekken danken hun naam aan het luide, brullende geluid dat de mannetjes maken. Het behoort tot de luidste geluiden in de dierenwereld, met een bereik van anderhalve kilometer. Hij brult ’s ochtends en wanneer de groep zich naar een nieuwe voedselplaats verplaatst, om de andere groepen te laten weten waar ze zijn en conflicten te voorkomen. Brulapen hebben een krachtige grijpstaart en een oranjebruine pels met een gemiddelde haarlengte. Brulapen leven meestal in groepen van vier tot elf, met één of meerdere mannetjes. Ze zijn overdag actief en geven de voorkeur aan de middelste of lagere boomkruinen, om makkelijk naar de ondergroei en de bosgrond te kunnen om te foerageren. Ze brengen ruim de helft van de dag rustend door om energie te sparen, want hun dieet is laag in suikers. Ze hebben geen eigen territorium en delen het gebied met andere groepen. Hun dieet bestaat uit bladeren en vruchten en de vrouwtjes baren één jong iedere 1 à 2 jaar. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Luiaarden zijn trage zoogdieren die vooral ’s nachts actief zijn, maar hun tijd met name ondersteboven hangend in een boom doorbrengen. Dit boomdier is inheems in de tropische regenwouden in Zuid- en Midden-Amerika. Luiaarden zijn nachtdieren en slapen tussen de 15 en de 18 uur per etmaal. Ze hebben een dikke grijsbruine vacht en worden ongeveer 45 tot 75 centimeter lang. Ze hebben een kleine, platte kop, grote ogen, een korte snuit, een korte of vrijwel niet bestaande staart, lange poten, kleine oren en lange, kromme klauwen waarmee ze moeiteloos aan de takken kunnen hangen. Veel luiaarden hebben kolonies groene algen in hun pels die hun van een uitstekende camouflage voorzien. De mannetjes hebben een felgele of oranje plek op hun rug. Het haar groeit van hun buik naar hun rug, precies andersom dan bij andere zoogdieren. Zo stroomt het regenwater gemakkelijk van hun pels als ze in de boom hangen. Luiaarden zijn alleseters … bladeren, jonge scheuten, vruchten, insecten en kleine hagedissen, die ze uiterst traag verteren. De luiaard heeft weinig vijanden, maar moet oppassen voor de jaguar en de harpij. Ze worden met name bedreigd door het verlies van hun habitat. Hoewel zijn grote klauwen een goede verdediging vormen, is zijn beste verdediging zijn goed gecamoufleerde pels en trage bewegingen, waardoor hij amper opvalt in het dak van het woud. De vrouwtjes werpen meestal één jong per jaar, maar aangezien luiaarden zo weinig bewegen, komt het voor dat het langer duurt dan een jaar voordat een vrouwtje een mannetje tegenkomt. Er zijn twee soorten luiaarden, de tweevingerige (Megalonychidae) en de drievingerige (Bradypodidae). De tweevingerige luiaard is over het algemeen iets sneller en agressiever dan de drievingerige. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
De harpij is de grootste en machtigste adelaar op het Amerikaanse continent. Hij komt voor in de tropische laaglandwouden van Zuidoost-Mexico tot Zuid-Brazilië. Deze vogel heeft een voorkeur voor een groot ongerept woudengebied, maar jaagt ook op open plekken grenzend aan het woud. De vrouwelijke harpij is een meter lang met een spanwijdte van twee meter en weegt gemiddeld 7,5 kilo. Het mannetje weegt over het algemeen niet meer dan 4,75 kilo. Het verenkleed van de harpij is overwegend grijs, met uitzondering van de asgrijze kop en de witte buik. Beide geslachten hebben een kuif van lange veren op de bovenkant van de kop, die opgezet kan worden. De 13 centimeter lange, gekromde nagels van de harpij zijn ijzersterk, wellicht de sterkste van alle roofvogels. Een harpij kan een snelheid bereiken van ruim 80 km/u, maar hij kan uitsluitend vliegen met een prooi die ongeveer de helft van zijn lichaamsgewicht uitmaakt. Hun dieet bestaat uit zoogdieren die in bomen leven, waaronder apen, coati’s en luiaarden, maar hij valt ook andere vogels aan. Het vrouwtje legt om de twee à drie jaar twee witte eieren in een groot nest hoog boven in een boom en brengt dan één kuiken groot. Als het eerste ei uitgekomen is, wordt het tweede ei verder genegeerd en dat komt dan niet uit. Het jong ontwikkelt zich in zes maanden, maar het ouderpaar blijft hem daarna nog zes tot tien maanden verzorgen. Terug naar boven |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
De zwarte kaaiman is een groot, vleesetend reptiel en heeft zijn leefgebied in langzaam stromende rivieren en meren in de overstroomde savannen van het Amazonebekken en andere zoetwaterhabitats in Zuid-Amerika. De zwarte kaaiman wordt minstens vier meter lang, wat hem tot het grootste roofdier in het Amazonebekken maakt. Hij heeft een beenachtige richel boven zijn ogen, een donkere, bijna zwarte gepantserde huid en lijkt veel op de Amerikaanse alligator. Kaaimannen zijn uitstekende zwemmers en schieten door het water met behulp van hun staart en de vliezen tussen hun poten. Het zijn nachtdieren en ze leven van vis (waaronder piranha’s, sidderalen en meervallen), vogels, schildpadden, reptielen en zoogdieren, zoals capibara’s en herten. Ze hebben scherpe, hoekige tanden, eerder geschikt om te grijpen dan om te bijten, want ze laten hun prooidier verdrinken, voordat ze het met huid en haar verslinden. De vrouwtjes bouwen met aarde en plantaardig materiaal enorme nesten van anderhalve meter doorsnee en leggen vijftig tot zestig eieren per nest. De mens vormt hun enige bedreiging, de jacht vanwege zijn huid en vlees heeft de kaaiman op de rand van uitsterven gebracht. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Piranha’s (ook bekend onder de naam caribe) zijn groepen agressieve, vleesetende zoetwatervissen die voorkomen in de Amazonerivier en andere langzaam stromende rivieren in Zuid-Amerika. Ze vormen scholen van ongeveer twintig vissen. Er zijn veel soorten piranha’s, ze behoren tot de klasse Pygocentrus en Serrasalmus. De kleur van de piranha’s varieert van geel tot staalgrijs, blauw met rode accenten en bijna zwart. Ze zijn ongeveer vijftien tot vijfentwintig centimeter lang. Piranha’s hebben een buldogachtige kop met een grote onderkaak en veel vlijmscherpe tanden. Deze tanden worden vervangen, als er eentje afbreekt, groeit hij weer aan. Piranha’s eten waterdieren en landdieren die zich in het water wagen. Enkele van hun prooidieren zijn vissen, weekdieren, schaaldieren, insecten, vogels, hagedissen, amfibieën, knaagdieren en aasdieren (rottend vlees dat ze vinden). Deze vissen zijn diurnaal, dat wil zeggen dat ze vooral overdag actief zijn. Veel dieren jagen op piranha’s, met name op jonge piranha’s, waaronder andere piranha’s, kaaimannen, waterslangen, schildpadden, vogels, otters en mensen (piranha’s zijn een delicatesse). Ze planten zich voort door eieren te leggen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Tarantula is de algemene naam voor een groep harige, soms heel grote spinnen van de familie Theraposidae, waarvan 800 soorten zijn geclassificeerd. Tarantula’s jagen op hun prooi op de grond en weven geen web. Ze eten insecten en andere geleedpotigen, maar de grotere tarantula’s kunnen dieren doden die zo groot zijn als hagedissen, muizen of vogels. De meeste tarantula’s zijn voor de mens relatief ongevaarlijk, hun steek is niet gevaarlijker dan die van een bij. Hun belangrijkste verdediging is hun lichaamshaar, dat los raakt en zich in de huid hecht, wat pijnlijk kan gaan jeuken. Veel soorten leven in nesten in de grond, waar ze het grootste deel van de dag doorbrengen. Andere soorten nestelen in het gebladerte. Tarantula’s zijn hinderlaagjagers en meestal alleen ’s nachts actief. Hij ligt in de tunnelopening op de loer en als er een argeloos prooidier voorbijkomt, springt hij eruit en sleept hem mee naar zijn hol. De vrouwtjes leggen afhankelijk van de soort 50 tot 2000 eitjes in een zacht coconspinsel en bewaken deze zes tot zeven weken lang. De jongen blijven enige tijd in het nest, tot ze klaar zijn om eruit te komen en dan kruipen ze alle kanten op. In het Amazonegebied zijn de meest voorkomende soorten de zwarte en de rode tarantula. Terug naar boven |
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||